Adembescherming

Wie werkt in een omgeving waar de lucht verontreinigd is (of kan zijn) en dat veilig wil doen, moet zichzelf een aantal wezenlijke vragen stellen!

  • Is er voldoende zuurstof in de omgevingslucht aanwezig? (minimaal 20%)
  • Bestaat er bij voldoende zuurstof een kans dat de hoeveelheid beschikbare zuurstof vermindert? (bijv. in besloten ruimten)
  • Welke schadelijke stof kan ik in de omgevingslucht aantreffen?
  • In welke vorm zijn de schadelijke stoffen aanwezig: gasvormig, deeltjesvorming of een mengsel van beide?
  • In welke concentratie is deze stof aanwezig?
  • Hebben de schadelijke stoffen geschikte waarschuwingseigenschappen zoals een herkenbare geur of smaak?
  • Waar liggen de geldende grenswaarden?
  • Zijn er naast adembescherming nog verdere beschermende maatregelen nodig, bijvoorbeeld oog- of gehoorbescherming?

Europese normen adembescherming
adembeschermingEN 136 Volgelaatsmaskers.
EN 137 Onafhankelijk ademluchttoestel.
EN 140: 1998 Halfmaskers en kwartmaskers.
EN 141 Gas- en combinatiefilters (LET OP: oude norm, vervangen door EN 14387).
EN 143: 2001 Deeltjesfilters.
EN 146 Aangedreven filters (LET OP: oude norm, vervangen door EN 12941).
EN 148-1 Standaard schroefdraad voor gelaatsstukken en filterbussen (roldraad 40 mm).
EN 149: 2001; A1 2009 Stofmaskers (filtrerende halfmaskers ter bescherming tegen deeltjes).
EN 405 Filtrerend halfmasker ter bescherming tegen gassen of gassen en deeltjes.
EN 1827: 1999 Halfmaskers zonder inademventiel en met deelbare filters ter bescherming tegen gas of gas en deeltjes of tegen alleen deeltjes.
EN 14387 Gasfilters en combinatiefilters.

Grenswaarden
In Nederland geldt sinds 1 januari 2007 de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet. Deze gaat uit van gezondheidskundige waarden die door de bedrijven zelf worden vastgesteld. Ondanks dit blijft de overheid actief met het opstellen van grenswaarden. Dit resulteert in een beperkte lijst met overheidsgrenswaarden, de (publieke) wettelijke grenswaarden.
Deze waarden betreffen publieke normen die worden vastgesteld voor:
1. Bijzondere, niet-kankerverwekkende gevaarlijke stoffen;
2. De (genotoxische) kankerverwekkende stoffen.
De volledige lijst met grenswaarden wordt jaarlijks gepubliceerd door Sdu uitgevers.

Afhankelijke adembescherming*
We onderscheiden hierin:

  • Filterend halfgelaatsmasker tegen deeltjes (stofmaskers);
  • Filterend halfgelaatsmasker tegen gassen en dampen of combinaties van gassen en dampen met deeltjes (geen verwisselbare filters);
  • Halfgelaatsmaskers met verwisselbare filters tegen deeltjes en/of gassen en dampen;
  • Volgelaatsmaskers met verwisselbare filters tegen deeltjes en/of gassen en dampen.

Stofmaskers beschermen uitsluitend tegen vaste stofdeeltjes, vezels, micro organismen, nevels en aerosolen. Drie klassen worden onderscheiden in de EN 149: 2001: FFP1, FFP2 en FFP3. De inwaartse lekkage (T.I.L.) bepaalt de beschermingsgraad die het stofmasker kan bieden. Half- en volgelaatsmaskers worden altijd gebruikt in combinatie met filterbussen tegen deeltjes, tegen gassen of dampen of tegen een combinatie van beide. Halfgelaatsmaskers omsluiten neus, mond en kin, maar laten de ogen onbeschermd. Volgelaatsmaskers omsluiten het hele gezicht inclusief de ogen. De afdichting op het gezicht is bij een volgelaatsmasker het best, minder bij een halfgelaatsmasker met filterbus en het minst bij een stofmasker (snuitje). Het werken met stof-, half- en volgelaatsmaskers is niet toegestaan voor baarddragenden.

Filterbussen
In de filterbussen onderscheiden we drie typen:

  • Stoffilters; beschermen alleen tegen vaste en vloeibare deeltjes. De norm EN 143 kent drie klassen stoffilters: P1, P2 en P3. Deze indeling is gebaseerd op de filtercapaciteit bij 95 liter/minuut. P1 = 80%; P2 = 94%; P3 = 99,95%.
  • Gasfilters; beschermen tegen gassen en dampen, m.u.v. enkele gassen, waaronder koolmonoxide.
  • Combinatiefilters; beschermen tegen zowel gassen en dampen als ook tegen deeltjes. De norm EN 14387 onderscheidt drie filterklassen: 1, 2 en 3. De meest voorkomende zijn klasse 1 en klasse 2. Gasfilter klasse 1: filtercapaciteit geschikt voor een omgeving met een verontreiniging lager dan 0,1 vol% = 1.000 ppm. Gasfilter klasse 2: filtercapaciteit geschikt voor een omgeving met een verontreiniging lager dan 0,5 vol% = 5.000 ppm.

*Afhankelijke adembescherming maakt altijd gebruik van luchtzuiverende filters en mag nooit worden gebruikt in besloten ruimten of ruimten met een zuurstofconcentratie beneden 19 vol%. Ook gelden beperkingen t.a.v. de concentratie van gassen en dampen en zijn er een aantal gassen die nooit met behulp van een filtersysteem mogen of kunnen worden afgevangen. Raadpleeg voor informatie de meeste recente versie van het Chemiekaartenboek of vraag om meer informatie bij uw vakspecialist.